Deze website maakt gebruik van cookies. Lees hier meer hierover. Deze website gebruikt cookies.

‘Rechtmatig factureren begint bij inschrijving patiënt’

Bij rechtmatige zorg hoort een rechtmatige zorgfactuur, vindt het Erasmus MC. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Want een zorgfactuur moet aan de regelgeving van de NZa voldoen en die is behoorlijk complex. Een juiste registratie van zorgactiviteiten en de diagnose is daarbij van groot belang. Maar hoe leid je dat in goede banen als van de 13.000 medewerkers 10.000 medewerkers medische registratie vastleggen? Het Erasmus MC zet in op procesverduidelijking en -verbetering samen met educatie. Een gesprek met Petra van Zeeland, manager Zorgadministratie en senior adviseur Elly Witsenboer.

13.000 medewerkers, 40.000 patiëntopnamen, 530.000 polikliniekbezoeken, 295.000 medisch-specialistische DBC’s, 33.000 operaties, 524 transplantaties en bijna 7 miljoen laboratoriumverrichtingen: het Erasmus MC is het grootste universitair medisch centrum van Nederland. Het budget bedraagt zo’n € 1,3 miljard. Dat is veel geld. Rechtmatige zorg – en dus correcte registraties en declaraties – krijgt dan ook veel aandacht binnen het Erasmus MC. Het is een taak van de afdeling Zorgadministratie, waar Petra van Zeeland manager is en Elly Witsenboer senior adviseur.

Elly legt uit waarom die aandacht er is: “Zorggelden moeten goed besteed worden. De zorgkosten zijn torenhoog en alle Nederlanders betalen eraan mee. Wij willen kwalitatief goede zorg leveren aan de juiste patiënten voor de juiste prijs. Zorgfacturen moeten overeenkomen met de zorg die we leverden en zorg mag niet onterecht ten laste komen van de Zorgverzekeringswet. Bij rechtmatige zorg hoort dus een rechtmatige zorgfactuur.”

7 Registratiezekerheden

Dat het Erasmus MC de kwaliteit van de zorgfactuur belangrijk vindt, bewijzen de interne projecten die elkaar sinds 2010 onophoudelijk opvolgden. In dat jaar startte de pilot ‘Van risico naar control’. Er liepen verschillende programma’s om de kwaliteit van de registraties te verbeteren, door medewerkers de weg te wijzen in het complexe systeem van beleids- en declaratieregels NZa. Ook besteedde het Erasmus MC veel aandacht aan het vastleggen van het proces. “We hebben eerst de verschillende processtappen onderscheiden en vervolgens vastgelegd wie bij welke stap verantwoordelijk is”, vertelt Petra. “In de financiële wereld heet dat het ‘three lines of defense’- model. En dan is het interessant om te zien dat een rechtmatige factuur al begint bij de aanmelding en inschrijving van een patiënt. Daar moet hij/zij een verwijsbrief van een rechtmatige verwijzer overhandigen. Want zonder rechtmatige verwijzing kunnen wij niet bij de zorgverzekeraar declareren.”

De 9 processtappen van het Erasmus MC lopen van aanmelding en inschrijving via diagnose en zorgactiviteiten naar ontslag en facturatie. De lines of defense gaan samen met de ‘7 registratiezekerheden’. “Daarin verwoorden we wat wij belangrijk en goed vinden. Dit hebben we ontleend aan de Jumbo, die heeft ook een aantal zekerheden. Zoals ‘de vierde in de rij krijgt de boodschappen gratis’. Elke klant weet dat. Zo willen wij ook dat al onze medewerkers onze zekerheden kennen.’ Voorbeelden van zekerheden zijn ‘Wij hebben ons medisch dossier op orde’ en ‘Wij registreren volledig en juist'."

Complexiteit

De lines of defense van het Erasmus MC zijn opgesteld voor de medisch-specialistische zorg. “Maar ook voor andere specifieke onderdelen, zoals de GGZ of add-on geneesmiddelen”, zegt Petra. Ze voegt toe dat ondanks alle inspanningen toch nog fouten voorkomen in de registratie. “Dat heeft vooral te maken met de complexiteit van de regelgeving.”

Daarom is het Erasmus MC ook actief in landelijke overleggen met als doel de regels te vereenvoudigen. Elly: “Die regelgeving is historisch zo gegroeid. In de landelijke overleggen met de NZa verduidelijken wij en andere relevante branchepartijen gezamenlijk de regels en werken we aan regelgeving die past bij de huidige praktijk. Wij streven daarbij ook harmonisatie na over verschillende entiteiten, zoals medisch-specialistische zorg en GGZ.” Een stap moet nog gemaakt worden als het gaat om ‘vereenvoudiging’ van de regelgeving NZa.

Educatie

Intern richt het Erasmus MC zich nu op educatie om een volgende verbeterslag te kunnen maken. “Daarbij maken we handig gebruik van de overgang naar een nieuw elektronisch patiëntendossier in 2017, de Zorgsuite. Alle medewerkers worden dan getraind, compliant registreren is daar een logisch onderdeel van.” Op het congres Rechtmatige Zorg van het ministerie van VWS presenteerde het Erasmus MC de DBC e-learning die speciaal voor dat doel – compliant registeren – ontwikkeld is.

Hoe belangrijk opleiden is, komt ook naar voren uit Petra’s wens om zelfs studenten die de Erasmus Universiteit opleidt al in te wijden in de registratiesystematiek. “Zij moeten er later mee werken. Dan kunnen ze beter nu al leren wat het is en wat zij moeten doen.”

Transparantie

Petra en Elly benadrukken dat zij binnen de organisatie nooit spreken van fraude. “Fraude is opzettelijk en doelbewust met het oog op eigen gewin. Helaas kan fraude voorkomen, hier zijn we zeer alert op, maar wij richten ons daarnaast op fouten in de registratie door complexiteit in de regelgeving. En het is goed ook af en toe de andere kant te belichten, dat we ook heel veel niet registreren! Onze medewerkers hebben niet altijd de mogelijkheid om een handeling direct te registreren en vergeten het vervolgens.” Waar het volgens Petra om draait is transparantie. “We moeten processen inzichtelijk maken en fouten zichtbaar. En dan vervolgens de dialoog aangaan, zodat we fouten een volgende keer kunnen voorkomen.”

Het Erasmus MC heeft succes met zijn aanpak. “Vroeger kregen we veel zorgfacturen retour van zorgverzekeraars omdat ze mogelijk niet juist waren”, vertelt Elly. “In 2014 was dat nog 16%, in 2015 nog maar 1,7%.” Dat is vooral te danken aan de controles die het Erasmus MC vóór facturatie uitvoert. Nu de interne processen steeds beter op orde zijn, kijkt Erasmus MC naar de toekomst.

Een voorbeeld is het programma ‘registratie aan de bron’. Hierbij is het uitgangspunt een eenmalige registratie voor meerdere doeleinden. Het streven is dat fouten bij de registratie aan de bron zo veel mogelijk worden voorkomen zodat achteraf beoordelingen en correcties niet nodig zijn. Op landelijk niveau denkt het ziekenhuis mee over horizontaal toezicht. “Dat is een meer risicogerichte aanpak, waarbij achteraf controles achterwege blijven als de organisatie kan aantonen dat ze de risico’s beheerst. Deze aanpak is de opvolger van de Handreiking Rechtmatigheidsonderzoek MSZ en het Controleplan GGZ. Naast transparantie is samenwerken en vertrouwen hierbij een groot goed.”

Al die ontwikkelingen laten zien dat de afdeling Zorgadministratie nooit klaar is. “We hebben veel tijd en geld in rechtmatig factureren geïnvesteerd”, sluit Petra af. “Omdat we het belangrijk vinden en omdat het beter kon. Dat betekent niet dat het nu ‘staat’. We werken met plan-do-check-act cirkels. Als er nieuwe wet- en regelgeving komt en we ons systeem moeten aanpassen, begint de cirkel van voor af aan. Hetzelfde geldt voor verbeteringen. Rechtmatig factureren is een continu proces.”

Fotografie: (links: Petra van Zeeland, manager Zorgadministratie (l), midden: Elly Witsenboer senior adviseur)

‘Gemeenten kunnen fraude voorkomen’

Fraude voorkomen begint met goede communicatie en dienstverlening. Want als de regels duidelijk en begrijpelijk zijn en de afspraken concreet, kan er minder twijfel over de juiste uitvoering ontstaan. Dit is misschien wel de belangrijkste conclusie van de pilot ‘Voorkomen fraude gemeentelijk sociaal domein’. Op het congres Rechtmatige Zorg lichtte projectleider Geert van der Schoor – samen met collega-projectleider Jan de Brouwer – de  resultaten van de pilot in een workshop toe.

Kennis

Eind 2014 belegde Gorinchem een bijeenkomst met de Inspectie SZW, het functioneel parket van het Openbaar Ministerie, projectleiders Wmo en andere gemeenten. Daar kwamen drie conclusies uit. Geert: “De eerste was ‘we hebben een probleem, maar we weten niet hoe groot het is en wat de exacte aard is’. De tweede ging over kennis opbouwen. Alle aanwezigen waren het erover eens dat het niet handig is als elke gemeente dat apart doet. Het is beter om samen kennis te vergaren. De derde conclusie was het voornemen om partijen die al kennis van zaken hebben, zoals zorgkantoren en zorgverzekeraars, om hulp te vragen.”

Niet naïef zijn

De naam van de pilot – voorkomen fraude gemeentelijke sociaal domein – geeft al aan dat de aandacht vooral op preventie lag. “Maar we hebben ook gekeken hoe een organisatie zich kan voorbereiden op fouten en fraude”, zegt Geert. “Want zoals een van de betrokken wethouders zei: ‘We moeten niet naïef zijn. Er is veel geld mee gemoeid, het toezicht is versnipperd en het gaat om kwetsbare mensen. Dan is de kans op oneigenlijk gebruik, fouten en fraude reëel." Uit het programma rechtmatige zorg van het ministerie van VWS, heeft de pilot de volgende hoofdlijnen gedestilleerd:

  • Zorg dat je dezelfde taal spreekt. Alle betrokkenen moeten hetzelfde beeld hebben bij begrippen als fraude, doelmatigheid en fouten.

  • Neem barrières in de keten weg. Zorg dat alle partijen betrokken zijn en wissel kennis uit.

  • Betrek ook de uitvoeringsorganisaties om handelingsverlegenheid te voorkomen.

Aard en omvang

Bij de pilot waren naast de vier gemeenten ook uitvoeringsorganisaties als Serviceorganisatie Jeugd ZHZ en ROGplus, zorgverzekeraars VGZ en DSW, en Per Saldo betrokken. De pilot bestond uit twee fasen. In de eerste fase deed de Erasmus Universiteit Rotterdam onderzoek naar de aard en omvang van onrechtmatig gebruik. Geert: “Hier kwamen interessante bevindingen uit. Bijvoorbeeld dat gemeenten gewend zijn aan de een-op-een relaties tussen gemeente en cliënt in het domein werk en inkomen. In de Wmo en de Jeugdwet komt hier een aanbieder bij. De gemeente indiceert, de aanbieder voert uit en declareert bij de gemeente of – in het geval van een pgb – bij de budgethouder. In zo’n driehoeksrelatie is ook de handhaving anders.”

Andere handhaving vraagt om andere kennis. “Maar in plaats van zelf het wiel opnieuw uit te vinden raadden de onderzoekers van de Erasmus Universiteit gemeenten aan bij zorgverzekeraars te rade te gaan. Zij beschikken immers al over deze kennis.” Een andere bevinding was dat het pgb een kwetsbaar systeem blijft. “Er zijn meerdere actoren bij betrokken en de controle vindt met trekkingsrecht vooral op papier plaats. Dat is foutengevoelig en daarmee ook fraudegevoelig.”

Cirkel van naleving

In de tweede fase van de pilot stond de ‘cirkel van naleving’ centraal. “Die bestaat uit vier sporen”, legt Geert uit. “Communiceren, dienstverlenen, controleren en sanctioneren.” Op die vier sporen gingen de pilotgemeenten aan de slag. Gewoon door dingen uit te proberen. “Schiedam heeft bijvoorbeeld gekeken naar de communicatie. Want als je regels niet begrijpelijk communiceert, kun je ook niet verwachten dat men weet welke rechten en plichten er zijn.” De Drechtsteden namen de dienstverlening richting de aanbieders onder loep. “Ze hebben gekeken naar het contractmanagement. Ook hier is duidelijkheid essentieel. Dus wat zijn de wederzijdse verwachtingen? Maar ook: wat doen we als er iets niet in orde is?” Voor controle was het voorbeeld van de zorgverzekeraars leidend. “Zij lieten zien hoe ze het in hun organisaties geregeld hadden.”

Knoppen vinden

Aan sanctioneren zijn de pilotgemeenten nog nauwelijks toegekomen. “Dat kan ook pas als de andere onderdelen goed geregeld zijn”, zegt Geert. “Want als communicatie en dienstverlening niet op orde zijn, kan een gemeente aanbieders moeilijk de maat nemen. Bovendien maken aanbieders dan ook sneller fouten.” Geert besluit met een oproep aan gemeenten. “Met het nieuwe stelsel en de nieuwe taken hebben gemeenten ook de mogelijkheden gekregen om oneigenlijk gebruik en misbruik van middelen te voorkomen. Gebruik die mogelijkheden. Gemeenten kunnen grotendeels zelf bepalen of de juiste zorg op het juiste moment op de juiste plek komt. Mits ze de knoppen vinden en gebruiken.”

Meer weten?

De kennis uit de pilot is vastgelegd in een richtingwijzer rechtmatige zorg. Deze is te vinden op het portaal fraudepreventie en handhaving van de VNG en op naleving.net. De regioadviseurs van de VNG nemen de kennis ook mee in hun contacten met gemeenten. Verder werkt de VNG aan een opleiding over toezicht voor gemeenteambtenaren. Hierin is onder andere de kennis uit de pilot verwerkt.


Geert van der Schoor, projectleider

Jan de Brouwer, projectleider

Er is een wij-sfeer ontstaan

Erik Gerritsen, secretaris-generaal van het ministerie van VWS, was de hele dag aanwezig bij het congres Rechtmatige Zorg. Samen met dagvoorzitter Ruben Maas deed hij de aftrap en sloot hij de dag af. Tussendoor volgde hij workshops en had hij ook nog even tijd voor een gesprek. Over de huidige stand van zaken, de rol van VWS en de toekomst. “We moeten misbruik hard aanpakken om de sector te beschermen.”


Erik Gerritsen, secretaris-generaal van het ministerie van VWS
‘Kleine groep misbruikers moeten we hard aanpakken’

Even terug naar het begin: waarom heeft VWS het programma Rechtmatige Zorg opgezet?

“Om ervoor te zorgen dat alle voor zorg bestemde euro’s ook aan zorg worden besteed. Met z’n allen betalen we veel geld voor zorg. Gerichte aanpak van fouten en fraude beschermt de solidariteit van het systeem.”

Hoe groot is het probleem eigenlijk?

“Dat weten we niet precies, maar de cijfers die we wel hebben zijn toch wel serieus. Jaarlijks gaat er € 70 miljard in de zorgsector om. In 2015 hebben zorgverzekeraars € 2.4 miljard aan declaraties vooraf afgewezen. Ze vorderden € 485 miljoen aan foute declaraties terug en stelden € 11.4 miljoen aan fraude vast. Het is dus belangrijk dat wij geloofwaardig aanwezig zijn en controleren. Zodat mensen niet in de verleiding komen een dief te worden. Een duidelijk zichtbare bestrijding van fraude houdt het systeem gezond.”

Wat heeft het programma tot nu toe bereikt?

“Een belangrijk overkoepelend resultaat is de wij-sfeer die is ontstaan. Tot voor kort verstonden de handhavingswereld en de zorgwereld elkaar echt niet. Zorgverleners voelden zich in hun kuif gepikt zodra het over fouten en fraude ging. Terwijl iedereen weet dat de meeste zorgaanbieders en pgb-houders integer zijn. Er is een kleine groep die misbruik maakt, die moeten we hard aanpakken om de sector te beschermen."

"Handhaving en zorg ontmoeten elkaar nu steeds vaker. En een recent discoursonderzoek heeft aangetoond dat ze elkaar ook steeds beter begrijpen. Concrete resultaten zijn er genoeg. Ik noem er een paar: de ontwikkeling van het horizontaal toezicht, de vorming van het Informatie Knooppunt Zorgfraude, het VNG-steunpunt voor gemeenten. Maar het mooiste resultaat vind ik toch wel dat partijen hun verantwoordelijkheid nemen. Dat zie je ook vandaag op het congres: vrijwel alle workshops en pitches zijn van externe partijen.”

Wat is dan nu nog de rol van VWS?

“We zijn met z’n allen op de goede weg, maar moeten de aandacht er constant bij houden. Niet verslappen dus. Daarom blijft het programma nog wel even doorgaan. Daar hebben onze netwerkpartners ook expliciet om gevraagd. Ik proef vandaag dat het absoluut de moeite waard is om bij elkaar te komen. Mogelijk maken dat dat kan, is een belangrijke taak van VWS. Ook buiten dit congres om. Ik roep iedereen op om het te laten weten als ze vastlopen. Krijg je bepaalde partijen niet aan tafel? Stokt de samenwerking? Of denk je dat iets niet kan? Wij kunnen helpen om het weer een stapje verder te krijgen.”

Wat is uw eerste indruk van het congres?

“Het is energiek en leuk! Een goede gelegenheid om in contact te komen met de werkvloer. Met de cliënt, de toezichthouder, de gemeenteambtenaar, de aanbieders en al die anderen die zich elke dag weer inzetten voor goede en rechtmatige zorg en ondersteuning. Zij zijn belangrijke bondgenoten.”

Wat wilt u de deelnemers meegeven?

“Zoek elkaar op! Ga die samenwerking aan. Vind je dat ingewikkeld, begin dan klein. En loop je vast? Mail, bel of twitter ons. Zodat we kunnen helpen om de samenwerking verder te brengen.”

Afspraken maken

SG Erik Gerritsen (ministerie van VWS) had voor deelnemers een extra taak. Naast het bezoeken van de workshops vroeg hij iedereen om te proberen met een andere bezoeker een afspraak te maken om rechtmatige zorg verder te helpen.
 

Is het gelukt?

  • A Zeker! Ik heb iets zeer interessants ontdekt.
  • B Absoluut, ik denk dat ik iemand echt verder kan helpen.
  • C Ik heb een idee, maar weet geen congresganger die me verder kan helpen.
  • D Het is me helaas niet gelukt.
0 bezoekers hebben al gestemd

‘Zorgverzekeraars willen fraude samen aanpakken’

Elke zorgverzekeraar doet zijn eigen fraudeonderzoeken, ook als de casuïstiek landelijk is. Zou het niet veel effectiever zijn om het samen te doen? De zorgverzekeraars denken van wel. Op 1 januari start een proef met één onderzoeksteam dat namens en voor alle zorgverzekeraars onderzoek doet. Op het congres Rechtmatige Zorg was de proef onderwerp van een pitch door Marleen Relouw, beleidsadviseur bij Zorgverzekeraars Nederland. “De proef is geslaagd als we zien dat we sneller kunnen doorpakken.”

Begin 2015 spraken alle zorgverzekeraars op een visiebijeenkomst over fraudebeheersing de wens uit intensiever te gaan samenwerken. Die wens komt nu uit. Vanaf 1 januari 2017 gaan vijf fraudeonderzoekers en één manager in een gezamenlijke onderzoeksunit aan de slag met twee onderzoeken, namens en voor alle zorgverzekeraars. “De zorgverzekeraars zien meerwaarde in een gezamenlijke aanpak”, zegt Marleen Relouw. “Die meerwaarde ligt op drie vlakken: de doorlooptijd van het onderzoek wordt verkort, het is makkelijker eensluidende conclusies te trekken en de samenwerking met ketenpartners verbetert.”

Dezelfde stappen

De samenwerking tussen zorgverzekeraars op zich is niet nieuw. Ze wisselen al langer signalen en bevindingen uit. “Afhankelijk van het signaal en hoeveel zorgverzekeraars door de fraude zijn geraakt formeren we werkgroepen”, legt Marleen uit. “Zijn er zeven zorgverzekeraars geraakt? Dan zijn deze zeven vertegenwoordigd in de werkgroep.” Het doel van de werkgroepen is zoveel mogelijk dezelfde stappen te zetten. Maar dat lukt niet altijd. “Stel dat besloten wordt een enquête onder verzekerden uit te zetten. Dan is er altijd wel een verzekeraar die daar op dat moment geen tijd voor heeft of die een andere stap wil zetten omdat ze in een andere onderzoeksfase zitten. Met de gezamenlijk onderzoeksunit behoren dit soort discussies tot het verleden. Dat komt de efficiency van het proces ten goede.”

Drie voorwaarden

Natuurlijk blijven de zorgverzekeraars ook individueel fraudezaken afhandelen. Marleen: “Dan gaat het om fraude die alleen die ene zorgverzekeraar raakt. Bijvoorbeeld een verzekerde die nota’s heeft vervalst.” Maar stel dat er sprake is van fraude door een grote zorgaanbieder die met meerdere verzekeraars contracten heeft. Dan komt de gezamenlijke onderzoeksunit in beeld. Er zijn drie voorwaarden waaraan een fraudezaak moet voldoen om bij de onderzoeksunit terecht te komen. “Het moet een urgente zaak zijn. Daarmee bedoelen we dat de mogelijke fraude nog niet is gestopt. Verder moet het om een aanzienlijk bedrag gaan – de omzet of schade moet minimaal € 50.000 zijn – en moet de fraudezaak meerdere zorgverzekeraars raken.”

Twee onderzoeken

De proef omvat twee onderzoeken: een signaalonderzoek en een fenomeenonderzoek. “Voor het signaalonderzoek selecteren we een fraudesignaal uit de Zorgverzekeringswet of de aanvullende verzekering dat aan de drie voorwaarden voldoet”, zegt Marleen. “Voor het fenomeenonderzoek neemt het onderzoeksteam een sector of zorgsoort onder de loep, naar aanleiding van een eerder fraudesignaal. Wat gebeurt er allemaal in de sector? Welke frauderisico’s zien ze? Ze gebruiken daarvoor vooral landelijke data. Het doel is meer kennis over fraudefenomenen op te bouwen.” De bezetting van het onderzoeksteam is al geregeld. Vijf verzekeraars staan ieder een fraudeonderzoeker af. Een manager, ook afkomstig van een van de zorgverzekeraars, leidt het team. Wekelijks werken ze ongeveer een dag met elkaar samen. Op afroep zijn een jurist en een medisch adviseur van een zorgverzekeraar beschikbaar en een data-analist van Vektis.

Mandaat

De eerste taak van het onderzoeksteam is een plan van aanpak schrijven. Hierin staan onder andere het doel van het onderzoek en de onderzoeksstappen beschreven. “De zorgverzekeraars accorderen dit plan. Daarvoor zorgt de Commissie Fraudebeheersing waarin alle zorgverzekeraars vertegenwoordigd zijn. Daarnaast zijn er contactpersonen bij alle zorgverzekeraars, met wie de onderzoekers telkens snel kunnen schakelen. Bijvoorbeeld als er data nodig zijn voor het onderzoek.” Marleen benadrukt dat het belangrijk is om alles van tevoren goed vast te leggen, zodat de onderzoeksunit een goede start kan maken. Ook juridisch is er veel geregeld. “We leggen nu bijvoorbeeld de laatste hand aan de machtiging en bewerkersovereenkomst. Hiermee geven de zorgverzekeraars de onderzoeksunit mandaat om namens hen onderzoek uit voeren.”

Ketenpartners

De proef is geslaagd als in september 2017, na afronding van beide onderzoeken, een positief gevoel overheerst. “Natuurlijk hebben we testvragen geformuleerd om aan het eind van de proef te beoordelen of deze manier van samenwerken werkt”, zegt Marleen. “Maar belangrijker is dat de zorgverzekeraars het gevoel hebben dat ze effectiever zijn als ze samenwerken, dat ze zien dat ze dan sneller kunnen doorpakken.” Ook belangrijk is de soepele samenwerking met ketenpartners. Daarvoor zoekt Marleen vaste aanspreekpunten bij partners als de NZa, de Inspectie SZW, de IGZ en het Informatie Knooppunt Zorgfraude. “Met deze partners willen we al in een vroeg stadium van het signaalonderzoek een multidisciplinair overleg organiseren. Zodat we in een later stadium snel kunnen schakelen. Bovendien kunnen we dan wellicht al voorsorteren op vervolging in bestuurs-, straf- of tuchtrecht.”

Bescherming beroepsgroep

En de zorgaanbieders? Wat moeten zij vinden van deze gezamenlijke onderzoeksunit? Marleen: “Zorgverzekeraars weten heel goed dat het merendeel van de zorgaanbieders te goeder trouw is. De onderzoeksunit houdt zich dan ook niet bezig met aanbieders die per ongeluk iets onjuist geregistreerd hebben. De samenwerking van zorgverzekeraars richt zich op signalen met een vermoeden van opzet. Want zoals in alle sectoren waar geld wordt verdiend, komt fraude wel voor. Daar moeten we onze ogen niet voor sluiten. Door met een effectieve onderzoeksunit de ‘rotte appels’ eruit te halen, beschermen we de hele beroepsgroep. Aanbieders die het wel goed doen, hebben daar profijt van.” En mocht er reden zijn voor fraudeonderzoek, dan krijgt de zorgaanbieder straks alleen de onderzoeksunit op bezoek. “Als de proef slaagt, doen zorgverzekeraars niet langer ieder afzonderlijk onderzoek. Voor zorgaanbieders betekent dat minder administratieve lasten. Dat is een positieve ontwikkeling volgens mij.”


Marleen Relouw, beleidsadviseur bij Zorgverzekeraars Nederland

‘Drie workshops uitgelicht’

Maar liefst 12 workshops stonden op het programma, vol goede voorbeelden uit verschillende zorgsectoren. Of koos u voor de inspirerende Meet & greets en informatieve pitches? Drie korte impressies.

Horizontaal toezicht rust op vertrouwen

Martijn van Marle (CZ) en Bas Winkels (Menzis)
“We kunnen achteraf kijken of de factuur klopt. Maar liever krijgen we zekerheid over rechtmatigheid door te kijken hoe de factuur tot stand komt.” Het is de essentie van horizontaal toezicht. Maar hoe controleer je of een zorgorganisatie dat vertrouwen waard is? “We kijken of het bestuur goed declareren belangrijk vindt”, leggen Martijn en Bas uit. “En of er een risk- en controlframework is. Dus: wat zijn de belangrijkste risico’s en hoe beheerst de organisatie die.”

Het landelijke project horizontaal toezicht bevindt zich in een cruciale fase: eind van dit jaar ligt er een voorstel. Martijn en Bas benutten de gelegenheid dan ook nadrukkelijk om input te verkrijgen. Ze leggen de deelnemers eerst de 10 geboden van horizontaal toezicht voor, ‘gefundeerd vertrouwen’ staat op 1. Juist dat vertrouwen roept discussie op: “Het creëren van vertrouwen tussen zorgverleners en zorgverzekeraars heeft nog aandacht nodig.”

Vervolgens bespreken ze de implementatiestrategie. “Het streven is dat in 2020 80% van de ziekenhuizen over is op horizontaal toezicht.” Koplopers – nu bezig met een proef – moeten de anderen meenemen, door te laten zien welke voordelen het oplevert. Vanaf volgend jaar is ook het platform horizontaal toezicht actief, met workshops en trainingen. Een businesscase, een instapmodel, een framework en een stappenplan helpen de zorgverleners over te stappen op horizontaal toezicht. En goed nieuws: vanaf vandaag is horizontaaltoezichtzorg.nl live. “Hier vindt u al onze actuele producten en kunt u met vragen terecht.” In maart 2017 presenteren de koepelorganisatie ZN, NFU en NVZ de resultaten op een congres.

Reactie deelnemer:

Ester Hofman, teamleider directie Opsporing, Inspectie SZW
“Horizontaal toezicht klinkt goed! Het is nog wel een beetje abstract. Ik denk dat de grootste verandering in gedrag en cultuur zit. De kanttekening is wel dat we niet moeten vergeten dat ‘de boef’ nou eenmaal bestaat. Horizontaal toezicht is een controlesysteem met vertrouwen als basis. Wie fraude wil plegen, zal dus eerst dat vertrouwen creëren om vervolgens welbewust gebruik te maken van eventuele mazen in het net. Daar moeten we op blijven letten.”

Meet & greet!

Naast het tonen van resultaten staat ook samenwerking centraal op het tweede congres Rechtmatige Zorg. Daarom biedt het programma veel mogelijkheid om kennis te maken. In de eerste Meet & greet staan het Openbaar Ministerie, de KNMT, de IGZ, zorgverzekeraar VGZ en het CIZ klaar om vragen te beantwoorden.

Dwalend van tafeltje naar tafeltje steken de deelnemers heel wat op. Zo houdt bij het OM het functioneel parket zich bezig met grote fraudezaken. Kleine zaken vallen onder de arrondissementsparketten. Officier van justitie Liesbeth Roebroek geeft leiding aan grote opsporingsonderzoeken. Haar belangrijkste partners zijn de Inspectie SZW en de FIOD. Jeannette Smienk (KNMT) zet in op preventie. Om te voorkomen dat een enkeling het verpest voor de rest. Want fraude is slecht voor het imago. De IGZ krijgt vooral vragen over het delen van informatie, aldus Anja Jonkers. Al sinds 2009 verzamelen ze informatie van grote aanbieders. Dat kan ook interessant zijn voor zorgverzekeraars, gemeenten en de NZa.

De VGZ heeft een afdeling Veiligheidszaken voor fraude en een afdeling Controle voor rechtmatigheid, vertellen Iemke Backx en Bonnie van Groesen. Maar zelfs als alle signalen naar fraude wijzen, kunnen ze opzet niet altijd aantonen. Het CIZ is sinds de afschaffing van de AWBZ poortwachter van de Wlz. En deze taak vervullen ze met verve, aldus Cécile Andriessen. Bij 50% van de aanvragers gaan de medewerkers op huisbezoek, anders is er telefonisch contact. Interne reviews houden de kwaliteit van de indicaties op peil. En dan is het alweer tijd voor de volgende workshopronde. Wie nog niet uitgepraat is, wisselt contactgegevens uit. “Je kunt me altijd bellen!”

Reactie deelnemer:

Herman van der Meij, jurist bij de gemeente Groningen
“Als je goed toezicht- en handhavingsbeleid wilt maken, moet je weten hoe andere organisaties het aanpakken. En waar je advies kunt vragen. Daarom heb ik heel bewust voor de Meet & greet gekozen. Al die gesprekjes leveren waardevolle netwerkcontacten op. Ik weet nu wie ik kan bellen! Fijn was ook dat ik mijn eigen vragen kon stellen. En die heb ik genoeg. Want de kennis over toezicht op de Wmo en de Jeugdwet is enorm versnipperd. Die kennis probeer ik binnen te halen.”

Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ)

Martijn de Keizer (IKZ)
Vandaag is het op de kop af 4 weken geleden dat het IKZ startte, opent Martijn. Hij is dan ook vooral benieuwd hoe de deelnemers tegen het knooppunt aankijken. “Geef vooral aan welke problemen, fouten en fraude de onderzoekers van het IKZ moeten oppakken.”

Maar eerst een stukje achtergrond. Het IKZ is een samenwerking van, voor en door 9 partners: de Belastingdienst, het FIOD, het CIZ, de IGZ, de Inspectie SZW, het OM, de NZa, de VNG en ZN. De medewerkers van het IKZ zijn allen afkomstig van deze partners. “Samen verrijken we signalen”, legt Martijn uit. “Want we voegen er informatie aan toe.” Ook signaleert het IKZ trends en fenomenen. “Bijvoorbeeld dat fraudeurs hun werkwijze wijzigen.” En in de voorfase pakt het IKZ de regie, zodat in 1 keer duidelijk is welke partij met een signaal aan de slag moet. Er zijn ook dingen die het IKZ niet doet. “We hebben geen burgerloket, dat heeft de NZa al. En we hebben geen eigen rechercheteam. We zorgen enkel en alleen voor informatie, zodat onze partners een betere uitgangspositie hebben.” Juridisch zit het IKZ goed in elkaar. “Onze medewerkers zijn geautoriseerd om alle informatie in te zien, maar we mogen niet alles delen met elke partner. Daar houden wij ons natuurlijk aan.”

De deelnemers discussiëren vervolgens enthousiast over goede onderwerpen voor het IKZ. Zoals fraudezaken waarin cliënten en zorgverleners met elkaar samenspannen. En passant geven ze goede tips: stem goed af met zorgverzekeraars om dubbel werk te voorkomen. Martijn neemt het allemaal mee. En wie wil weten wat het IKZ met de opbrengsten doet, roept hij op een mailtje te sturen naar info@ikz.nl, met ‘congres’ in de onderwerpregel. “Dan volgt de terugkoppeling vanzelf.”

Meer weten?
Bekijk het introductiefilmpje van het IKZ en de uitleg van Martijn Keizer.

Reactie deelnemer:

Jeffrey Krens, financieel inspecteur zorgfraudeteam IGZ
“Vanuit mijn functie kende ik het IKZ al, maar dat maakte de workshop niet minder interessant. De meerwaarde van het IKZ kwam sterk naar voren. Omdat zij alle informatie bundelen, hebben ze ook een goed beeld van welke informatie nuttig is voor welke partij. Die regierol voegt echt iets toe. Leuk en nuttig vond ik het dat de deelnemers gevraagd werden om mee te denken. We konden zeggen waar wij behoefte aan hebben.”

Congres in beeld

Colofon

Dit magazine is een uitgave van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Hoofdredacteur: Rob Langeveld
Coördinatie, tekst en eindredactie: Ingrid Brons
Met medewerking van: Douwe Anne Verbrugge, Frans Hoevers, Henk Nouwens en Sabina van Gils
Fotografie: Marc Nolte, Rob Voss, René Verleg, Phil Nijhuis en Valerie Kuypers

Ontwerp en realisatie: Kris Kras context, content and design
Webdevelopment: 7U Digital Originals

Privacy
Er worden geen persoonsgegevens van de bezoekers van dit magazine gebruikt. Wel worden bezoekersaantallen bijgehouden.

Cookiebeleid

vwscongresmagazine.nl maakt gebruik van cookies en webstatistieken. Hieronder leest u waarom. En u ziet welke cookies vwscongresmagazine.nl precies plaatst en met welk doel.

Cookies voor webstatistieken en onderzoek
vwscongresmagazine.nl gebruikt cookies voor webstatistieken. Dat doet vwscongresmagazine.nl om te begrijpen hoe bezoekers de website gebruiken. Deze informatie helpt de site te verbeteren. Bijvoorbeeld door informatie aan te vullen of door het gebruikersgemak te verbeteren.

Dit soort cookies heeft geen impact op uw privacy. Ze vallen daarom onder de uitzondering van de cookiebepaling in de Telecommunicatiewet. Als gevolg daarvan vraagt vwscongresmagazine.nl geen toestemming voor het plaatsen van deze cookies.

Webstatistieken
Rijksoverheid.nl gebruikt webstatistieken. Daarvoor gebruikt vwscongresmagazine.nl het open source webanalysepakket Piwik. vwscongresmagazine.nl analyseert deze gegevens. Hierdoor kan de website nog beter op bezoekers worden afgestemd. De verzamelde gegevens gebruikt vwscongresmagazine.nl niet voor een ander doel dan voor verbetering van de website. In onderstaande tabel ziet u welke cookies dit zijn.

Cookies webstatistieken

Naam cookie

Doel

Cookie_pk_id

Is de bezoeker nieuw of heeft de bezoeker de site al eerder bezocht?

Cookie _pk_ses

Welke pagina's heeft de bezoeker geraadpleegd?

Cookie _pk_ref

Vanaf welke site is de bezoeker gekomen?

Geen trackingcookies
Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen. vwscongresmagazine.nl gebruikt geen trackingcookies. De website biedt daarom geen ondersteuning voor de DoNotTrack-instelling van browsers. vwscongresmagazine.nl houdt zich aan de in Nederland geldende wetgeving.

Meer informatie over cookies?
Op de website van de Consumentenbond kan je meer informatie over cookies vinden:

Wat zijn cookies?
Waarvoor dienen cookies?
Cookies verwijderen
Cookies uitschakelen