Deze website maakt gebruik van cookies. Lees hier meer hierover. Deze website gebruikt cookies.

‘Ervaringen van VWS'ers verwerken in beleid’

Waarom geen gebruikmaken van de ervaring die al in huis is? Tijdens de VWS Parade ging de directie Jeugd in gesprek met collega’s. Zoals Marieke Kleiboer, pleegouder van een onthecht straatkind, en Ron Roozendaal, vader van twee getraumatiseerde pubers. Tegen welke obstakels lopen Marieke en Ron aan? Natalie Jonkers van de directie Jeugd reageert op hun verhaal. ​

“Een stevige woordenwisseling over afspraken die hij niet nakwam en weg was hij”, vertelt Marieke Kleiboer, directeur van de directie Maatschappelijke Ondersteuning. Het was de dag voor Kerst 2016. Zo kwam een eind aan de zorg voor een jongen van de straat, die bijna letterlijk haar gezin was komen binnenwandelen. “Ons gastenverblijf in de tuin was twee jaar lang ‘zijn plek’. Daar sliep hij en had hij zijn badkamer. Voor de rest draaide hij mee in ons gezin.” Van overleven op straat naar een leven met structuur en planning. Met vertrouwen als kern. Dat is, kort samengevat, wat Marieke en haar gezin probeerden door te geven aan deze puber van net 18 met een rugzak vol problemen. “Het is een lief kind en ik zou het zo weer doen”, zegt Marieke na even aarzelen. “We hadden zero ervaring. En dan blijkt een volledig onthecht kind weer aansluiting laten krijgen bij de samenleving geen sinecure. Hij kende zelfs de rituelen van het vieren van een verjaardag, Sinterklaas en Kerst niet. Daar kon hij zo ontzettend van genieten. Ik word nog blij als ik eraan terugdenk.”

Geen contact meer 

Het alternatief was de maatschappelijke opvang waar iemand om 10 uur 's avonds mag inchecken en om 7 uur 's ochtends zijn biezen weer moet pakken. “Het zou mooi zijn als de 18-plus/18-minproblematiek wordt omgezet in zorg voor jongeren die overal buiten vallen. Ook een coach, het liefst een gezaghebbende ervaringsdeskundige, was goed geweest. Iemand die hem begreep en een voorbeeld voor hem kon zijn.” Maar de overheid hoeft ook niet alles te regelen, vindt Marieke. “Misschien had ik zelf meer initiatief moeten nemen om kennis en ervaringen op te halen. Bijvoorbeeld door een besloten groep te starten op Facebook voor ouders met een pleegkind.” Contact met haar pleegkind heeft ze niet meer. “Tot op heden heb ik niets meer van hem gehoord.

Zo werkt dat bij deze onthechte kinderen. Ze verbranden het verleden en zien dan wel weer waar het volgende schip strandt.”

Pleegouders beter toerusten

“Herkenbare problemen waar Marieke tegenaan liep”, zegt Natalie Jonkers, coördinerend beleidsmedewerker bij de directie Jeugd. “Pleegouders zijn geen professionals en er komt nogal wat op je af als je een pleegkind met een rugzak vol problemen in huis neemt. Ze worden met tal van praktische, juridische en financiële zaken geconfronteerd. Zeker de beginnende pleegouder heeft begeleiding nodig. Ook de behoefte om ervaringen met andere pleegouders te delen is herkenbaar. Er is een aantal belangenorganisaties dat naast praktische ondersteuning ook een steuntje in de rug kan geven. Ook pleegzorgaanbieders en gemeenten kunnen helpen, maar de ervaring leert dat pleegouders dat meestal niet weten. In mei van dit jaar heeft de staatssecretaris het Actieplan Pleegzorg aan de Tweede Kamer aangeboden. Dit actieplan is opgesteld met brancheorganisaties, belangenorganisaties en gemeenten. Een belangrijk onderdeel van het actieplan is pleegouders beter toerusten voor hun belangrijke taak.”

1-gezin-1-plan

“Wat zou het mooi zijn als de negen zorgverleners die mijn kinderen begeleiden samen een plan opstellen en mij de coördinatie uit handen wordt genomen”, zegt Ron Roozendaal, directeur Informatiebeleid. Alleen aan het managen van de zorg voor zijn twee pubers besteedt Ron minimaal acht uur per week. Ze raakten getraumatiseerd door de omstandigheden bij hun moeder thuis en wonen nu volledig bij hem. Maar het opstellen van ‘1-gezin-1-plan’ wil maar niet lukken. “Hulpverleners zijn oprecht betrokken hoor, maar de grote hoeveelheid zorgverleners en hun onmacht om samen te werken helpen niet. Vooral hulpverleners van instellingen zitten vaak vastgeroest in gewoontes en regels. De gemeente fungeert slechts als inkoper. Ze dwingen niet af dat er één behandelplan en één aanpak is. Jeugdzorg is gedecentraliseerd, maar VWS blijft systeemverantwoordelijk.” De praktijk van buiten naar binnen halen vindt Ron slim. “Zo weet je op maat wat ons beleid betekent voor ouders met een kind dat zorg nodig heeft.” Dat VWS bewust kiest voor manieren om de kwaliteit van die praktijk te beïnvloeden, vindt Ron belangrijk. “Verbind goede voorbeelden, schaal op en neem misschien soms toch iets meer regie.

Aan regelwerk zijn ouders onnodig veel tijd kwijt. Ontzorg ze, want dat regelen kost zoveel energie. Energie die ze beter kunnen omzetten in tijd voor hun kind.” Hulpverleners moeten meer denken in oplossingen, ondernemend zijn en durven samenwerken. Het zou de zorg slimmer, beter en goedkoper maken. “Ik voorkwam meerdere dure crisisopnames met goedkope zorg thuis, maar alleen omdat ik de weg wist te vinden en tegen de bureaucratie in ging.”

Regiefunctie goed beleggen

“We weten dat het in de praktijk heel ingewikkeld is om ‘1-gezin-1-plan-1-regisseur’ te organiseren”, beaamt Natalie Jonkers. “Opvallend is dat Ron aangeeft dat de gemeente vooral inkoper van zorg is en onvoldoende stuurt op regie en samenwerking. Terwijl hier volgens de directie Jeugd wel een verantwoordelijkheid bij de gemeente ligt. Het goed beleggen van de regiefunctie is inderdaad lastig. Deze wordt in de praktijk vaak gesplitst in procesregie – coördinatie en doorzettingsmacht – en casusregie – naast het gezin staan en doen wat nodig is. In die situaties is het belangrijk om na te gaan of de competenties, kennis, bevoegdheden en randvoorwaarden logisch en volledig zijn belegd. Voor de meest kwetsbare gezinnen verdient het de voorkeur dat er één regisseur is die beide functies verenigt.” Om de praktijk te helpen, hebben de gezamenlijke inspecties een website ingericht: www.regiesociaaldomein.nl, met handreikingen voor regisseurs, gemeenten en instellingen die verantwoordelijk zijn voor de regie van zorg en ondersteuning aan kwetsbare gezinnen.

Dit onderdeel van de VWS Parade gemist? Mail Natalie of een van haar collega’s om eigen ervaringen te delen.

'BuitensteBinnen spreekt me aan'

Je kennis testen met een sportquiz, met een borrel in de hand lekker filosoferen over de toekomst – want de beste ideeën ontstaan nog altijd in de kroeg, nietwaar? – of kijken in de spiegel van je loopbaan. Tijdens de VWS Parade was het allemaal mogelijk. En de deelnemers waren enthousiast. Lees de reacties van Fleur Brouwers, Linda de Meester-Jonker en Ron Lemmers.

Fleur Brouwers, beleidscoördinator persoonsgebonden budget 

“Ik heb bij de activiteit ‘Sportmastersz: test je spelregelkennis’ tien vragen over volleybal beantwoord en had er negen goed. Het had eigenlijk foutloos gemoeten, want ik heb lang genoeg gevolleybald om de regels goed te kennen. De vragen gingen voornamelijk over net- en voetfouten. Ja, die zorgen wel voor discussies met de scheidsrechter. Ook omdat het vaak moeilijk te zien is, zeker als de scheids er alleen voor staat. Ik kende Sportmastersz niet, het is een leuke tool. Goede kennis van de spelregels zorgt zeker voor minder irritatie. In het veld, maar ook aan de kant. Ik heb ook wel eens een volleybalwedstrijd geleid. Dat valt niet mee en daarom had ik altijd respect voor de scheidsrechter. Het thema van de VWS Parade, BuitensteBinnen, spreekt me aan. Het is goed dat de werkgever je motiveert kennis van anderen te lenen. Buiten onze afdeling, maar ook binnen VWS. Ik haal mijn kennis soms van buiten het ministerie, maar zou dat nog meer moeten doen.” Ook de eigen spelregelkennis testen? Ga naar Sport Mastersz


Fleur Brouwers, beleidscoördinator persoonsgebonden budget
‘Heb respect voor de scheidsrechter’

Linda de Meester-Jonker, trajectbegeleider EC O&P Workflow    

“Op de VWS Parade hield ik korte spiegelgesprekken van ongeveer een kwartier. Ik ging in gesprek met VWS’ers over hun loopbaan en loopbaankeuzes. Een kwartier lijkt niet lang, maar ondanks of juist wel vanwege deze bijzondere dynamiek hebben ik en mijn collega’s bijzondere gesprekken gevoerd. Door samen te kijken hoe je je werk leuk en interessant houdt, zowel nu als in de toekomst, oftewel ‘duurzame inzetbaarheid’. Vanuit een positieve setting hebben we constructief over persoonlijke ontwikkeling gesproken. Bij spiegelen hoort soms ook confronteren. Ook voor loopbanen geldt ‘stilstand is achteruitgang’. Ik heb dan als trajectbegeleider de eer om VWS’ers daarin te begeleiden. Daarvoor gebruik ik mijn twintig jaar HR-ervaring, gekoppeld aan mijn passie en gedrevenheid voor het vak. Ook ik besteed veel aandacht aan mijn professionele ontwikkeling en houd de trends en ontwikkelingen binnen mijn vakgebied bij. Mobiliteit is tegenwoordig zeker geen beladen onderwerp meer. Het wordt juist positief ingezet. Daar hebben de directie OBP en het mobiliteitsteam hard aan gewerkt. Tijdens de VWS Parade hebben we met ongeveer twintig medewerkers een goed gesprek gevoerd in de Delftsblauwe kamer. Wat ons betreft een groot succes en ook vanuit de VWS-organisatie krijgen we complimenten voor deze opzet.” Meer informatie over loopbaan en ontwikkeling vind je op ubrijk.nl


Linda de Meester-Jonker, trajectbegeleider EC O&P Workflow
‘Een goed gesprek in de Delftsblauwe kamer’

Ron Lemmers, senior beleidsmedewerker, directie sport 

“De activiteit Kroegpraat had als thema ‘leeglopen over de toekomst’. Dan zeg ik: geef alle kinderen een gezonde start. Ouders hebben hierin de belangrijkste verantwoordelijkheid, maar onderwijs speelt ook een grote rol in de ontwikkeling van de jeugd. Op latere leeftijd zijn werkgevers belangrijk: een te hoge werkdruk kan leiden tot stress en verdere gezondheidsklachten en tot ziekteverzuim. De vraag is hoe: minder geld naar de zorg en meer naar onderwijs? Of andersom? Kijk naar de feiten. Hoogopgeleiden leven gemiddeld zes jaar langer en leven negentien jaar langer in goede gezondheid. Wie gezond is kan langer blijven werken, sporten en bewegen. Maar ook vrijwilligerswerk doen, genieten van de natuur en met vrienden en familie leuke dingen ondernemen. Om kinderen goede bagage mee te geven, ook voor hun gezondheid en leerprestaties, is meer geld voor goed gekwalificeerd onderwijzend personeel nodig. Maar geld alleen is niet genoeg. Als alle vitale en betrokken burgers twee uur per week meer besteden aan vrijwilligerswerk in het onderwijs en in de sport, dan wint de wijk. Ik spreek uit ervaring. Als vader en als professional. Investeer in de jeugd, dan wordt geluk weer heel gewoon.”


Ron Lemmers, Senior beleidsmedewerker, directie sport
‘Investeer in de jeugd’

Fleur Brouwers, beleidscoördinator persoonsgebonden budget 

“Ik heb bij de activiteit ‘Sportmastersz: test je spelregelkennis’ tien vragen over volleybal beantwoord en had er negen goed. Het had eigenlijk foutloos gemoeten, want ik heb lang genoeg gevolleybald om de regels goed te kennen. De vragen gingen voornamelijk over net- en voetfouten. Ja, die zorgen wel voor discussies met de scheidsrechter. Ook omdat het vaak moeilijk te zien is, zeker als de scheids er alleen voor staat. Ik kende Sportmastersz niet, het is een leuke tool. Goede kennis van de spelregels zorgt zeker voor minder irritatie. In het veld, maar ook aan de kant. Ik heb ook wel eens een volleybalwedstrijd geleid. Dat valt niet mee en daarom had ik altijd respect voor de scheidsrechter. Het thema van de VWS Parade, BuitensteBinnen, spreekt me aan. Het is goed dat de werkgever je motiveert kennis van anderen te lenen. Buiten onze afdeling, maar ook binnen VWS. Ik haal mijn kennis soms van buiten het ministerie, maar zou dat nog meer moeten doen.” Ook de eigen spelregelkennis testen? Ga naar Sport Mastersz

Linda de Meester-Jonker, trajectbegeleider EC O&P Workflow    

“Op de VWS Parade hield ik korte spiegelgesprekken van ongeveer een kwartier. Ik ging in gesprek met VWS’ers over hun loopbaan en loopbaankeuzes. Een kwartier lijkt niet lang, maar ondanks of juist wel vanwege deze bijzondere dynamiek hebben ik en mijn collega’s bijzondere gesprekken gevoerd. Door samen te kijken hoe je je werk leuk en interessant houdt, zowel nu als in de toekomst, oftewel ‘duurzame inzetbaarheid’. Vanuit een positieve setting hebben we constructief over persoonlijke ontwikkeling gesproken. Bij spiegelen hoort soms ook confronteren. Ook voor loopbanen geldt ‘stilstand is achteruitgang’. Ik heb dan als trajectbegeleider de eer om VWS’ers daarin te begeleiden. Daarvoor gebruik ik mijn twintig jaar HR-ervaring, gekoppeld aan mijn passie en gedrevenheid voor het vak. Ook ik besteed veel aandacht aan mijn professionele ontwikkeling en houd de trends en ontwikkelingen binnen mijn vakgebied bij. Mobiliteit is tegenwoordig zeker geen beladen onderwerp meer. Het wordt juist positief ingezet. Daar hebben de directie OBP en het mobiliteitsteam hard aan gewerkt. Tijdens de VWS Parade hebben we met ongeveer twintig medewerkers een goed gesprek gevoerd in de Delftsblauwe kamer. Wat ons betreft een groot succes en ook vanuit de VWS-organisatie krijgen we complimenten voor deze opzet.” Meer informatie over loopbaan en ontwikkeling vind je op ubrijk.nl

Ron Lemmers, senior beleidsmedewerker, directie sport 

“De activiteit Kroegpraat had als thema ‘leeglopen over de toekomst’. Dan zeg ik: geef alle kinderen een gezonde start. Ouders hebben hierin de belangrijkste verantwoordelijkheid, maar onderwijs speelt ook een grote rol in de ontwikkeling van de jeugd. Op latere leeftijd zijn werkgevers belangrijk: een te hoge werkdruk kan leiden tot stress en verdere gezondheidsklachten en tot ziekteverzuim. De vraag is hoe: minder geld naar de zorg en meer naar onderwijs? Of andersom? Kijk naar de feiten. Hoogopgeleiden leven gemiddeld zes jaar langer en leven negentien jaar langer in goede gezondheid. Wie gezond is kan langer blijven werken, sporten en bewegen. Maar ook vrijwilligerswerk doen, genieten van de natuur en met vrienden en familie leuke dingen ondernemen. Om kinderen goede bagage mee te geven, ook voor hun gezondheid en leerprestaties, is meer geld voor goed gekwalificeerd onderwijzend personeel nodig. Maar geld alleen is niet genoeg. Als alle vitale en betrokken burgers twee uur per week meer besteden aan vrijwilligerswerk in het onderwijs en in de sport, dan wint de wijk. Ik spreek uit ervaring. Als vader en als professional. Investeer in de jeugd, dan wordt geluk weer heel gewoon.”

‘Wees blij met een klacht’

Hoe komen we af van overbodige zorgbureaucratie? De VWS Parade nodigde Arre Zuurmond, ombudsman van de metropool Amsterdam, uit om hierover met VWS’ers in discussie te gaan. We denken en doen veel te veel vanuit gewoontes en regels, vindt hij. Zijn tip: kijk en luister beter, leer aanvoelen. En denk na: hoe kan het anders?

Overbodige en disfunctionele bureaucratie: als medeoprichter en oud-lid van de Kafkabrigade spoorde Arre veel voorbeelden op en bestreed ze. Zoals ambtenaren die ouders geen geboorteakte verstrekken van hun doodgeboren kindje. “Een voorbeeld van handelen binnen een systeemwereld in plaats van vanuit een leefwereld”, zegt Arre. “Het doet mij al gruwelijk veel pijn, laat staan de ouders. Die gaan volledig overstuur naar huis.”

Verlaat de regels 

Arre constateert dat ambtenaren hun dienstverlening veel te veel op de automatische piloot aanbieden. “Verlaat de regels en wat je denkt te weten. Leer jezelf aan vaker met gevoel te handelen. En denk na: hoe kan het anders en welke gevolgen heeft het voor de ouders? Leef je in, wat maken zij door”, roept hij naar de bureaucraten. Samen met zijn zwerm – zo noemt Arre zijn netwerk – kwam hij in actie. “Een wetswijziging zorgt ervoor dat die ouders straks wel een akte krijgen.”

Schizofreen 

De mens heeft volgens Arre meerdere persoonlijkheden. “De transformatie die mensen ondergaan als ze van straat het kantoor binnenstappen is bijna eng. De manier waarop ze in een privésituatie zouden handelen, laten ze volledig varen als ze hun functie uitvoeren. Als je kind in nood bij je aanklopt om hulp, help je onvoorwaardelijk.

Je zoekt naar alle mogelijkheden die er zijn. Waarom doe je dat niet voor een klant die aan de balie staat? En als jij niet direct kan helpen, breng de klant dan naar iemand in je netwerk die dat wel kan. Of zoek het rustig uit en kom erop terug.”

Wederzijds vertrouwen 

Voor onvoorwaardelijke hulp is wederzijds vertrouwen nodig. En dat ontbreekt geregeld tussen burger en overheid, aldus Arre. “Dit versterkt het gedrag van klakkeloos regels volgen en niet nadenken. Wantrouwen is er ook doordat de overheid niet goed luistert naar de opmerkingen uit de maatschappij. Een goede ondernemer is juist blij met een klacht. Hij ziet het als een gratis advies waarmee hij zijn product kan verbeteren. Zo zou de overheid er ook naar moeten kijken. Een gegronde klacht levert je kennis op. Haal die naar binnen.”

Remmers in vaste dienst 

De woordenvloed maakt dorstig. Arre neemt een slok van zijn Russische earlgreythee. “Uit een geheim potje”, fluistert hij. Wat hij over managers denkt is geen geheim. “Sommige managers zijn remmers in vaste dienst.” Maar ook de medewerkers gaan niet vrijuit. Arre provoceert: “Vraag je manager niet te vaak om akkoord. Neem zelf verantwoordelijkheid vanuit je expertise en doe!”

De manager van het jaar 2016 verwacht dat ook van zijn eigen medewerkers. “Ik duw aan en rem zelfstandigheid niet af. Gaat het mis, dan praten we erover en leren we ervan, en neem ik de verantwoordelijkheid.”

Veranderen kost tijd 

Iets wat je al jaren doet verander je niet zomaar, realiseert Arre zich. Hij noemt een reeks aan voorbeelden, waaruit steeds hetzelfde blijkt: de basis is de wil om te veranderen. Het doel van de VWS Parade, kennis en ervaring van buiten naar binnen halen, juicht hij toe. “Praat met de buitenwereld en ontwikkel je dienstverlening door. Maak een realistisch groeimodel van je dienstverlening waar iedereen achter staat. Betrek burgers daarbij. Managers, neem je medewerkers mee in de verandering. Motiveer en stuur bij, alleen waar dat echt moet. En medewerkers, denk en doe! Doe het voor die ouders die net een doodgeboren kindje ter wereld hebben gebracht. Stuur ze niet radeloos naar huis, maar zorg voor ze alsof… het je eigen kinderen zijn.”

Deze film moet je zien 

Om warm te lopen voor de discussie keek Arre tijdens de VWS Parade eerst met VWS’ers naar de film I, Daniel Blake. Een ‘moet je zien’-film volgens de Amsterdamse ombudsman. “Het legt onder andere pijnlijk bloot hoe Britse overheidsdienaren vastzitten in hun ‘new public management’. Vol starre, onlogische en onmenselijke regels. Het doet mensen in nood afhaken. Dat levert bezuinigingen op in plaats van broodnodige hulp. Dat moeten we in Nederland niet willen toch?” Bekijk de trailer van I, Daniel Blake. 

De VWS Parade in beeld

'Samen weet je meer'

Hoe omgaan met complexe vraagstukken? Wat is het geheim van succesvolle VWS-programma’s? En welke rollen kan de overheid aannemen? Ook de tweede week van de VWS Parade stond bol van interessante en leerzame workshops. Lees wat Evert van der Zwan, Mirrin Middelhuis en Simone Loonstra ervan vonden.

Evert van der Zwan, medewerker Transitieteam, Agentschap SZW

“De presentatie over succesvolle VWS-programma’s heeft mij de bevestiging gegeven dat we als overheid moeten faciliteren. Minder opleggen. Beleid is succesvol als de uitvoering geslaagd is. Faciliteren is de juiste vorm van leiderschap. Wees aanjager en maak taboes bespreekbaar. Zoals stress op de werkvloer waarvoor onder andere VWS en SZW jaarlijks in november aandacht vragen. De uitspraak van Danny van Deursen – ‘Je ontdekt pas wat de burger nodig heeft als je luistert’ – spreekt me ook aan. Zo kun je je als beleidsmaker beter verplaatsen in wat er ‘echt’ speelt in de maatschappij. En ook: blijf neutraal, zodat je geen weerstand opwekt. Interdepartementaal moeten we zeker meer naar elkaar luisteren en met elkaar samenwerken. Als buurman zou ik veel meer willen horen over de manier waarop VWS met interventieteams opereert binnen de zorg. Dat is ook van buiten naar binnen halen! Samen weet je meer, en kun je zoveel meer bereiken. Het Ontwikkelteam – de organisator van de VWS Parade – en onze participantenraad kunnen elkaar uitdagen en verder brengen. Dat werkt stimulerend.”


Evert van der Zwan, medewerker Transitieteam, Agentschap SZW 
‘De overheid moet faciliteren’

Mirrin Middelhuis, beleidsmedewerker, directie Curatieve Zorg

“Ik was benieuwd naar de mogelijkheden van een beleidsmedewerker bij de overheid om richting te geven aan bepaalde beleidsdossiers. De workshop over de verschillende rollen die de overheid zich kan aanmeten maakte duidelijk dat je per dossier maatwerk kunt leveren met de rol die je kiest. Mij sprak de responsieve overheid (controle achteraf) aan, want daar ben ik het minst bekend mee. Binnen mijn huidige dossiers ligt de nadruk op de presterende en netwerkende rol, waarbij wij als overheid in nauw contact staan met reguliere branchepartijen. Verder zie ik steeds vaker dat burgers en ook (jonge) (zorg)professionals zichzelf in andere samenstellingen ontmoeten en organiseren. Ik vind broodfondsen een mooi voorbeeld. Of initiatieven als Pensioenlab, de Jonge Zorgdenktank en de Stichting Medical Business. Ik ben zoekende in hoeverre het tijdens het vormen van beleid wenselijk en mogelijk is nieuwe doorsnijdingen of branches een bepaalde vorm van invloed te geven. Om zo meer aan te sluiten bij de leef- en werkwereld van de toekomst. Dit hoeft niet direct mede-besluitvormend te zijn, maar wellicht wel meedenkend. Het ‘framework’ van de responsieve overheid kan daar naar mijn idee behulpzaam bij zijn. Wel blijft het toepassen van de rollen van de overheid in mijn ogen ‘én én’, want er moet natuurlijk ook controle zijn en resultaat.”


Mirrin Middelhuis, senior beleidsmedewerker, directie Curatieve Zorg
‘Per dossier maatwerk leveren’

Simone Loonstra, senior beleidsmedewerker Ontwikkelteam VWS

“Met collega Nico Jong liet ik deelnemers in een workshop door een andere bril kijken naar hun (beleids)vraagstukken. Welk handelingsrepertoire gebruik je als blijkt dat je vraagstuk bijvoorbeeld complex is? Het is leuk om je kennis en kunde met andere collega’s te delen. En ik heb er ook veel voor teruggekregen. Mooie gesprekken met collega’s die zeer waardevol en persoonlijk waren en me echt hebben geraakt. Dan bespreek je waar je tegenaan loopt in het werk, hoe je daarmee om kan gaan en hoe verder. Daar zijn we natuurlijk ook voor als Ontwikkelteam. Het organiseren van de VWS Parade was voor mij en de collega’s van het Ontwikkelteam super leerzaam. Op een kleedje met een picknickmand met iemand in gesprek zijn over je werk, blijkt toch meer te verbinden dan aan een vergadertafel. Nee, het delen van kennis en ervaringen voor en door collega’s houdt na de VWS Parade niet op. We herhalen een workshop graag voor collega’s die niet in de gelegenheid waren een activiteit te volgen. Dan komen we gewoon naar je toe! Ik zie je belletje of mail graag tegemoet.” Simone Loonstra: simone.loonstra@minvws.nl of 06-21160332.


Simone Loonstra, senior beleidsmedewerker Ontwikkelteam VWS
‘Kennis en kunde delen’

Evert van der Zwan, medewerker Transitieteam, Agentschap SZW

“De presentatie over succesvolle VWS-programma’s heeft mij de bevestiging gegeven dat we als overheid moeten faciliteren. Minder opleggen. Beleid is succesvol als de uitvoering geslaagd is. Faciliteren is de juiste vorm van leiderschap. Wees aanjager en maak taboes bespreekbaar. Zoals stress op de werkvloer waarvoor onder andere VWS en SZW jaarlijks in november aandacht vragen. De uitspraak van Danny van Deursen – ‘Je ontdekt pas wat de burger nodig heeft als je luistert’ – spreekt me ook aan. Zo kun je je als beleidsmaker beter verplaatsen in wat er ‘echt’ speelt in de maatschappij. En ook: blijf neutraal, zodat je geen weerstand opwekt. Interdepartementaal moeten we zeker meer naar elkaar luisteren en met elkaar samenwerken. Als buurman zou ik veel meer willen horen over de manier waarop VWS met interventieteams opereert binnen de zorg. Dat is ook van buiten naar binnen halen! Samen weet je meer, en kun je zoveel meer bereiken. Het Ontwikkelteam – de organisator van de VWS Parade – en onze participantenraad kunnen elkaar uitdagen en verder brengen. Dat werkt stimulerend.”

Mirrin Middelhuis, beleidsmedewerker, directie Curatieve Zorg

“Ik was benieuwd naar de mogelijkheden van een beleidsmedewerker bij de overheid om richting te geven aan bepaalde beleidsdossiers. De workshop over de verschillende rollen die de overheid zich kan aanmeten maakte duidelijk dat je per dossier maatwerk kunt leveren met de rol die je kiest. Mij sprak de responsieve overheid (controle achteraf) aan, want daar ben ik het minst bekend mee. Binnen mijn huidige dossiers ligt de nadruk op de presterende en netwerkende rol, waarbij wij als overheid in nauw contact staan met reguliere branchepartijen. Verder zie ik steeds vaker dat burgers en ook (jonge) (zorg)professionals zichzelf in andere samenstellingen ontmoeten en organiseren. Ik vind broodfondsen een mooi voorbeeld. Of initiatieven als Pensioenlab, de Jonge Zorgdenktank en de Stichting Medical Business. Ik ben zoekende in hoeverre het tijdens het vormen van beleid wenselijk en mogelijk is nieuwe doorsnijdingen of branches een bepaalde vorm van invloed te geven. Om zo meer aan te sluiten bij de leef- en werkwereld van de toekomst. Dit hoeft niet direct mede-besluitvormend te zijn, maar wellicht wel meedenkend. Het ‘framework’ van de responsieve overheid kan daar naar mijn idee behulpzaam bij zijn. Wel blijft het toepassen van de rollen van de overheid in mijn ogen ‘én én’, want er moet natuurlijk ook controle zijn en resultaat.”

Simone Loonstra, senior beleidsmedewerker Ontwikkelteam VWS

“Met collega Nico Jong liet ik deelnemers in een workshop door een andere bril kijken naar hun (beleids)vraagstukken. Welk handelingsrepertoire gebruik je als blijkt dat je vraagstuk bijvoorbeeld complex is? Het is leuk om je kennis en kunde met andere collega’s te delen. En ik heb er ook veel voor teruggekregen. Mooie gesprekken met collega’s die zeer waardevol en persoonlijk waren en me echt hebben geraakt. Dan bespreek je waar je tegenaan loopt in het werk, hoe je daarmee om kan gaan en hoe verder. Daar zijn we natuurlijk ook voor als Ontwikkelteam. Het organiseren van de VWS Parade was voor mij en de collega’s van het Ontwikkelteam super leerzaam. Op een kleedje met een picknickmand met iemand in gesprek zijn over je werk, blijkt toch meer te verbinden dan aan een vergadertafel. Nee, het delen van kennis en ervaringen voor en door collega’s houdt na de VWS Parade niet op. We herhalen een workshop graag voor collega’s die niet in de gelegenheid waren een activiteit te volgen. Dan komen we gewoon naar je toe! Ik zie je belletje of mail graag tegemoet.” Simone Loonstra: simone.loonstra@minvws.nl of 06-21160332.

Deel jij je successen met je collega's?

De VWS Parade stond in het teken van Leren met de Praktijk, en dat kan ook door leren van je collega’s. “We zouden nog beter onze goede voorbeelden, succesvolle programma’s en aanpakken kunnen delen, om daarmee anderen te inspireren”, zegt projectleider Nienke Doeve. Dit is inderdaad niet voor iedereen even eenvoudig. Deel jij je successen met je collega’s?

  • A Zeker, ik vind dat inspirerend en leerzaam
  • B Soms, maar ik voel me er niet zo gemakkelijk bij
  • C Nee, ik denk er eigenlijk nooit aan
  • D Nee, successen delen vind ik borstklopperij
0 bezoekers hebben al gestemd

‘Wat is nu ónze bedoeling?’

De VWS Parade sloot dagelijks af met een MOOC: een Massive Open Online Course. Elke dag een andere. Arjan van Drielen, coördinerend beleidsmedewerker bij de directie Publieke Gezondheid, bekeek ze allemaal. En schreef er een column over.

Ik vind de MOOC (Massive Open Online Course) een fijne manier om mijn kennis te verrijken. Dus was ik erg benieuwd wat er voorbij zou komen in de MOOC’s van de VWS Parade, over hoe het beter kan binnen het openbaar bestuur. Eén MOOC triggerde me op verschillende manieren: die van trendwatcher Farid Tabarki.

Ik zal het gelijk maar eerlijk zeggen: ik ben geen fan van trendwatchers. Ze gooien wat vaag gerelateerde data bij elkaar, stoppen dat in een presentatie of filmpje met gelikte grafieken, larderen dat met een paar Engelse termen, en kijken er vooral heel slim bij. Farid Tabarki is daar gelukkig geen uitzondering op – ik word graag bevestigd in mijn vooroordelen. Zoals hij het zelf zegt in zijn filmpje: 'bij Studio Zeitgeist vangen, presenteren en geven we de tijdsgeest mede vorm.' 

Wow. (Ik ben natuurlijk gewoon jaloers dat sommige mensen met zulke ‘newspeak’ wel hun geld kunnen verdienen. En dat ik hier alles doortimmerd in nota’s moet opschrijven. Maar dat terzijde.)

Het gaat te ver om hier het filmpje te fileren, maar laten we zeggen dat de onderbouwing van de premisse dat de hiërarchische piramide op z’n kop staat en transparant is geworden, nogal dun is (en dat is, om ook een Engels woord te gebruiken, een ‘understatement’). Gelukkig haalt hij er iemand bij die er langer over nagedacht heeft, namelijk Zygmunt Bauman. Die schreef in de jaren negentig al een aantal boeken waarin hij laat zien dat de samenleving ‘vloeibaar’ wordt: bestaande structuren voldoen steeds minder en bieden steeds minder zekerheid.

Dat soort kreten doet het natuurlijk altijd goed, maar wat betekent dat dan voor de rol en positie van de overheid? Wat moet de overheid doen in deze ‘perfect storm’? Tabarki adviseert af en toe een stapje terug te doen, uit de storm, om te bedenken welke kant de volgende stap heen moet. Reflectie: daar kan niemand tegen zijn. Maar als je vervolgens doet wat je altijd al deed, ben je nog steeds niet beter voorbereid op de storm. Tabarki noemt daarom drie nieuwe organiserende principes (die stiekem niet drie zijn):

  1. one size does not fit all: systemen moeten adaptief zijn aan individuen en niet andersom

  2. flexibiliteit van de overheid om de voorwaarden te creëren om mensen daadwerkelijk in hun kracht te zetten

  3. mensen staan centraal (zie onder 1)

Het vooruitgangsoptimisme dat hieruit spreekt, geeft zelfs de dominant aanwezige vooruitgangsoptimist in mij bultjes. Als ‘we’ iedereen in hun kracht zetten, komt het helemaal goed. Want dan gaan mensen zich vanzelf wel organiseren en dat levert ‘ons’ welzijn en welvaart op, aldus Tabarki.

Dit gaat voor mij op flagrante wijze voorbij aan kwetsbare groepen, waarvan in rapport na rapport duidelijk wordt dat die zichzelf helemaal niet kúnnen organiseren. En voor wie die ‘one size does not fit all’-systemen toch nog steeds een stuk minder fijn uitpakken dan de groepen die zich wel weten te organiseren. Om de metafoor van de ‘perfect storm’ op een andere manier te gebruiken: we moeten juist niet een stapje achteruit zetten en het systeem z’n werk laten doen, maar in die storm gaan staan om kwetsbare mensen te helpen.

Zo kom ik terug bij het thema van deze MOOC’s: hoe het beter kan in het openbaar bestuur – VWS in het bijzonder. Dat zit wat mij betreft in wat we ‘de bedoeling’ noemen. We moeten allemaal ‘vanuit de bedoeling werken’, maar vinden we dan hetzelfde ‘de bedoeling’? Want als ik om me heen kijk, werken de meeste mensen – ik incluis – aan systemen, veel minder collega’s zijn bezig kwetsbare mensen te helpen. Natuurlijk moet je allebei doen, maar als ik nu naar de verhouding in capaciteit kijk, kan de conclusie alleen maar zijn dat ‘de bedoeling’ systemen in stand houden is.

Het wordt tijd om daadwerkelijk de ongemakkelijke discussie te voeren wat nou ónze bedoeling is. Dat kan gewoon zijn dat we toch eerst en vooral over systemen gaan. Laten we dat dan ook hardop zeggen. Maar ik hoop toch echt dat we midden in die storm voor kwetsbare mensen gaan staan.


Arjan van Drielen

coördinerend beleidsmedewerker bij de directie PG

Colofon

Dit magazine is een uitgave van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Hoofdredacteur: Rob Langeveld
Coördinatie, tekst en eindredactie: Ingrid Brons
Met medewerking van: Douwe Anne Verbrugge, Frans Hoevers, Henk Nouwens en Sabina van Gils
Fotografie: Marc Nolte, Rob Voss, René Verleg, Phil Nijhuis en Valerie Kuypers

Ontwerp en realisatie: Kris Kras context, content and design
Webdevelopment: 7U Digital Originals

Privacy
Er worden geen persoonsgegevens van de bezoekers van dit magazine gebruikt. Wel worden bezoekersaantallen bijgehouden.

Cookiebeleid

vwscongresmagazine.nl maakt gebruik van cookies en webstatistieken. Hieronder leest u waarom. En u ziet welke cookies vwscongresmagazine.nl precies plaatst en met welk doel.

Cookies voor webstatistieken en onderzoek
vwscongresmagazine.nl gebruikt cookies voor webstatistieken. Dat doet vwscongresmagazine.nl om te begrijpen hoe bezoekers de website gebruiken. Deze informatie helpt de site te verbeteren. Bijvoorbeeld door informatie aan te vullen of door het gebruikersgemak te verbeteren.

Dit soort cookies heeft geen impact op uw privacy. Ze vallen daarom onder de uitzondering van de cookiebepaling in de Telecommunicatiewet. Als gevolg daarvan vraagt vwscongresmagazine.nl geen toestemming voor het plaatsen van deze cookies.

Webstatistieken
Rijksoverheid.nl gebruikt webstatistieken. Daarvoor gebruikt vwscongresmagazine.nl het open source webanalysepakket Piwik. vwscongresmagazine.nl analyseert deze gegevens. Hierdoor kan de website nog beter op bezoekers worden afgestemd. De verzamelde gegevens gebruikt vwscongresmagazine.nl niet voor een ander doel dan voor verbetering van de website. In onderstaande tabel ziet u welke cookies dit zijn.

Cookies webstatistieken

Naam cookie

Doel

Cookie_pk_id

Is de bezoeker nieuw of heeft de bezoeker de site al eerder bezocht?

Cookie _pk_ses

Welke pagina's heeft de bezoeker geraadpleegd?

Cookie _pk_ref

Vanaf welke site is de bezoeker gekomen?

Geen trackingcookies
Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen. vwscongresmagazine.nl gebruikt geen trackingcookies. De website biedt daarom geen ondersteuning voor de DoNotTrack-instelling van browsers. vwscongresmagazine.nl houdt zich aan de in Nederland geldende wetgeving.

Meer informatie over cookies?
Op de website van de Consumentenbond kan je meer informatie over cookies vinden:

Wat zijn cookies?
Waarvoor dienen cookies?
Cookies verwijderen
Cookies uitschakelen